Congres nafase: Bestuurlijk leger en Eerste hulp bij media

nl_001_zonder_save_the_date_-_banner_def__1000x250

“Realiseer je dat wat je vandaag zegt, gevolgen kan hebben in de nafase”

Twee weken geleden was ik aanwezig bij het congres van Slachtofferhulp Nederland over de nafase van rampen en crises. Tijdens het congres werd een verbinding gemaakt met de verschillende invalshoeken van de nafase: vanuit de zorg, maar ook vanuit de juridische kant, de bestuurlijke kant en vanuit communicatie. Over communicatie in relatie tot de nafase ben ik voorafgaand aan het congres geïnterviewd, het interview kun je hier nalezen. Kern van mijn betoog: help mensen zichzelf en anderen te redden: maak ze zelfredzaam en realiseer je dat wat je vandaag zegt, gevolgen kan hebben in de nafase.

Nabestaande van de ramp met de MH-17 Piet Ploeg deelde zijn ervaringen met de nafase. De belangrijkste les die hij zijn gehoor meegaf: sluit de nabestaanden en direct betrokkenen niet buiten. ‘Het is ons proces, laat ons daar dan ook aan meewerken. En maak gebruik van de ervaringen van mensen die eerder al iets dergelijks meemaakten.’ Ook pleitte hij voor het structureel en vaker informeren van betrokkenen: ‘Wij snapten echt wel dat de overheid soms aan handen en voeten gebonden is aan regels en andere belangen, maar leg dat dan uit en vertel wat je wel kwijt kunt.’

Ook in een indrukwekkend panelgesprek met betrokkenen van de schietpartijen in Alphen aan den Rijn (2009) en Parijs (2015) en de vliegtuigcrash in Tripoli (2010) kwamen lessen voor de nafase aan de orde. Veel aandacht werd besteed aan de druk die zij ervaren hebben vanuit de media. Geopperd werd om nabestaanden en getroffenen direct na een ramp ‘eerste hulp bij media’ aan te bieden vanuit de overheid. Juist de combinatie van het grote en plotselinge leed en de overmatige belangstelling van de pers, was voor de panelleden een dubbel nare ervaring. Ook alle meningen en beelden die het www op geslingerd worden, kunnen heel belastend zijn voor betrokkenen. Daar heeft de overheid bij voorkeur ook een rol in, meende het panel.

Naast de ervaringsdeskundigen kwamen ook wetenschappelijk deskundigen aan het woord. Professor Van der Velden (Tilburg University) belichtte de nafase vanuit de psychosociale hoek. Hij betoogde dat we moeten oppassen niet alle betrokkenen bij een ramp te bezien met een ‘traumabril’: ‘Daarmee ga je voorbij aan al het andere dat hen belast’. Ook waarschuwde hij voor het gevaar rouw als een trauma te benaderen: ‘Nabestaanden zijn altijd beschadigd. Er is altijd een groot verdriet, ongeacht hoe iemand overleden is. Laten we er alsjeblieft niet vanuit gaan dat nabestaanden van rampslachtoffers per definitie een trauma hebben, daarmee doe je hun natuurlijke veerkracht geen recht.’

Hoogleraar Akkermans (VU) benaderde de nafase vanuit de juridische invalshoek. Zijn bijdrage spitste zich vooral toe op de motieven en behoeften van getroffenen in de nafase. Hij stelde dat het mensen over het algemeen vooral gaat om erkenning, een welgemeend excuus en opheldering en in veel mindere mate om geld: ‘De schadevergoedingsreflex van media staat in contrast met het grote – immateriële – verlies van slachtoffers en werkt vervreemdend.’

In de workshop bestuurlijke aspecten van de nafase sloot Maureen Sarruco (voormalig directeur veiligheid gemeente Amsterdam) met haar ervaring aan bij de lessen van de ochtend: ‘schuif belangrijke keuzes niet voor je uit, wees zo snel mogelijk duidelijk in wat mensen van je mogen verwachten’. Ook op het gebied van registratie moet je de zaken op orde hebben, betoogde Sarucco: ‘Gewoon een papiertje met wat namen en telefoonnummers is vaak prima, maar zorg dat je weet met wie en voor wie je die nafase moet inrichten. Gewoon praktisch nadenken over welke gegevens je nodig hebt en zorgen dat je die krijgt’.

Tijdens de workshop kwam ook de nafase van maatschappelijke crises zoals de moord op Theo van Gogh aan de orde. Het advies van Sarucco was even verrassend als verfrissend: ‘Soms moet je er voor kiezen om juist niet een heel politieleger op de been brengen om de rust in de samenleving terug te laten keren, maar kiezen voor de mensen die de stad op allerlei fronten besturen. In de uren en dagen na de moord op Van Gogh hebben we een bestuurlijk leger de wijken ingestuurd. Praten, voelen, uitleggen en verbinden is op zo’n moment van grote waarde’. Kritische vragen uit het publiek over het beeld van gebrekkige daadkracht, wijst ze resoluut van de hand: ‘Het kan zijn dat het er aan de buitenkant zo uitziet. Maar voor Amsterdam was dit het beste. Dat blijkt ook uit het feit dat er geen grote polarisatie tussen bevolkingsgroepen ontstaan is. Dit is echt een keuze geweest gericht op de lange termijn.’

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *