Congres nafase: Bestuurlijk leger en Eerste hulp bij media

Uitgelicht

nl_001_zonder_save_the_date_-_banner_def__1000x250

“Realiseer je dat wat je vandaag zegt, gevolgen kan hebben in de nafase”

Twee weken geleden was ik aanwezig bij het congres van Slachtofferhulp Nederland over de nafase van rampen en crises. Tijdens het congres werd een verbinding gemaakt met de verschillende invalshoeken van de nafase: vanuit de zorg, maar ook vanuit de juridische kant, de bestuurlijke kant en vanuit communicatie. Over communicatie in relatie tot de nafase ben ik voorafgaand aan het congres geïnterviewd, het interview kun je hier nalezen. Kern van mijn betoog: help mensen zichzelf en anderen te redden: maak ze zelfredzaam en realiseer je dat wat je vandaag zegt, gevolgen kan hebben in de nafase.

Nabestaande van de ramp met de MH-17 Piet Ploeg deelde zijn ervaringen met de nafase. De belangrijkste les die hij zijn gehoor meegaf: sluit de nabestaanden en direct betrokkenen niet buiten. ‘Het is ons proces, laat ons daar dan ook aan meewerken. En maak gebruik van de ervaringen van mensen die eerder al iets dergelijks meemaakten.’ Ook pleitte hij voor het structureel en vaker informeren van betrokkenen: ‘Wij snapten echt wel dat de overheid soms aan handen en voeten gebonden is aan regels en andere belangen, maar leg dat dan uit en vertel wat je wel kwijt kunt.’

Ook in een indrukwekkend panelgesprek met betrokkenen van de schietpartijen in Alphen aan den Rijn (2009) en Parijs (2015) en de vliegtuigcrash in Tripoli (2010) kwamen lessen voor de nafase aan de orde. Veel aandacht werd besteed aan de druk die zij ervaren hebben vanuit de media. Geopperd werd om nabestaanden en getroffenen direct na een ramp ‘eerste hulp bij media’ aan te bieden vanuit de overheid. Juist de combinatie van het grote en plotselinge leed en de overmatige belangstelling van de pers, was voor de panelleden een dubbel nare ervaring. Ook alle meningen en beelden die het www op geslingerd worden, kunnen heel belastend zijn voor betrokkenen. Daar heeft de overheid bij voorkeur ook een rol in, meende het panel.

Naast de ervaringsdeskundigen kwamen ook wetenschappelijk deskundigen aan het woord. Professor Van der Velden (Tilburg University) belichtte de nafase vanuit de psychosociale hoek. Hij betoogde dat we moeten oppassen niet alle betrokkenen bij een ramp te bezien met een ‘traumabril’: ‘Daarmee ga je voorbij aan al het andere dat hen belast’. Ook waarschuwde hij voor het gevaar rouw als een trauma te benaderen: ‘Nabestaanden zijn altijd beschadigd. Er is altijd een groot verdriet, ongeacht hoe iemand overleden is. Laten we er alsjeblieft niet vanuit gaan dat nabestaanden van rampslachtoffers per definitie een trauma hebben, daarmee doe je hun natuurlijke veerkracht geen recht.’

Hoogleraar Akkermans (VU) benaderde de nafase vanuit de juridische invalshoek. Zijn bijdrage spitste zich vooral toe op de motieven en behoeften van getroffenen in de nafase. Hij stelde dat het mensen over het algemeen vooral gaat om erkenning, een welgemeend excuus en opheldering en in veel mindere mate om geld: ‘De schadevergoedingsreflex van media staat in contrast met het grote – immateriële – verlies van slachtoffers en werkt vervreemdend.’

In de workshop bestuurlijke aspecten van de nafase sloot Maureen Sarruco (voormalig directeur veiligheid gemeente Amsterdam) met haar ervaring aan bij de lessen van de ochtend: ‘schuif belangrijke keuzes niet voor je uit, wees zo snel mogelijk duidelijk in wat mensen van je mogen verwachten’. Ook op het gebied van registratie moet je de zaken op orde hebben, betoogde Sarucco: ‘Gewoon een papiertje met wat namen en telefoonnummers is vaak prima, maar zorg dat je weet met wie en voor wie je die nafase moet inrichten. Gewoon praktisch nadenken over welke gegevens je nodig hebt en zorgen dat je die krijgt’.

Tijdens de workshop kwam ook de nafase van maatschappelijke crises zoals de moord op Theo van Gogh aan de orde. Het advies van Sarucco was even verrassend als verfrissend: ‘Soms moet je er voor kiezen om juist niet een heel politieleger op de been brengen om de rust in de samenleving terug te laten keren, maar kiezen voor de mensen die de stad op allerlei fronten besturen. In de uren en dagen na de moord op Van Gogh hebben we een bestuurlijk leger de wijken ingestuurd. Praten, voelen, uitleggen en verbinden is op zo’n moment van grote waarde’. Kritische vragen uit het publiek over het beeld van gebrekkige daadkracht, wijst ze resoluut van de hand: ‘Het kan zijn dat het er aan de buitenkant zo uitziet. Maar voor Amsterdam was dit het beste. Dat blijkt ook uit het feit dat er geen grote polarisatie tussen bevolkingsgroepen ontstaan is. Dit is echt een keuze geweest gericht op de lange termijn.’

Share

De rol van de gemeente na de vliegramp met de MH17

 

De rol van de gemeente na de vliegramp met de MH17

‘We weten dat hun verlies niet meer goed te maken is’ zei koning Willem Alexander in zijn toespraak op 21 juli jl. over zijn ontmoeting met nabestaanden van de vliegramp in Oost-Oekraïne. Een vliegtuig vol met mensen op weg naar hun droomvakantie, op weg naar familie of op zoek naar een nieuwe start in het leven. Aan al deze dromen kwam abrupt een einde toen vlucht MH017 moedwillig neergehaald werd. Er kwamen 193 Nederlanders om het leven. Zij laten hun familie en vrienden met peilloos verdriet achter. In Nederland hebben we afgesproken dat de overheid een belangrijke rol speelt in de nazorg aan mensen die getroffen worden door een ramp of crisis. De lokale overheid – als overheid die het dichtst bij mensen staat – heeft hierin een voortrekkersrol. Maar hoe kun je die rol nu betekenisvol invulling geven als de landelijke overheid ook al allerlei activiteiten ontplooit? Een worsteling die menig adviseur crisisbeheersing op dit moment doormaakt. Veel ervaring met dit soort rampen is er niet. Wat is wijsheid? Hoe verhoudt bijvoorbeeld de keuze voor meer zelfredzaamheid van burgers waarbij de samenleving haar eigen verantwoordelijkheid neemt hierbij? (zie Bevolkingszorg op Orde 2.0 – 2014 ) Een groot aantal gemeenten zag zichzelf voor dit vraagstuk gesteld. Een aantal daarvan vroegen om advies. Wat zijn de do’s en don’ts?

Aanpak op maat
Om te beginnen: iedere gemeenschap waar nabestaanden deel van uitmaken is verschillend. Wat in Hilversum prima werkt, hoeft geen succes te worden in Maassluis. Er zijn in dit geval een aantal landelijke constante factoren. Zo is Slachtofferhulp er voor iedereen die daar behoefte aan heeft. De vrijwilligers van Slachtofferhulp Nederland zijn goed opgeleide professionals die in staat zijn om een ‘normaal’ rouwproces te begeleiden. Mensen waarvan het rouwproces verstoord is of de samenhangende problematiek te complex is, worden op een goede manier begeleid naar professionele hulpverlening. Dat maakt de mensen van Slachtofferhulp ook zeer waardevolle gesprekspartners als het gaat om het volgen van het rouwproces en de veranderende behoefte van mensen. In een kennispublicatie van Stichting Impact (2011) worden de volgende rouwfasen onderscheiden:

Heroic fase: fase van overleven, ongeloof en verbijstering waarin de media-aandacht enorm is.
Honeymoon: fase van grote verbondenheid tussen getroffenen en niet-getroffenen waar hulp aan alle kanten aangeboden wordt.
Desillusie fase: de samenleving (niet-getroffenen) gaan over tot de orde van de dag, getroffenen zijn teleurgesteld, boos en voelen zich in de steek gelaten. Dit kan versterkt worden als ook de overheid haar beloften niet nakomt.
Re-integratie fase: getroffenen realiseren zich dat ze zelf hun leven weer op moeten bouwen.

Bovenstaande illustreert dat de overheid onmogelijk in staat is om korte tijd na een ramp of crisis een vastomlijnd plan voor de nafase van een ramp/crisis te maken, omdat op dat moment domweg niet duidelijk kán zijn hoe mensen met deze situatie omgaan en waar hun behoeften liggen. Met andere woorden: probeer met activiteiten en plannen zoveel mogelijk aan te sluiten bij behoeften die op dat moment aanwezig zijn, wees flexibel. Als mensen op enig moment zeggen dat ze zich in de steek gelaten voelen door de overheid of boos zijn op de overheid, kan dat betekenen dat de overheid inderdaad steken heeft laten vallen, maar het kan ook betekenen dat mensen uiting geven aan een volstrekt normale rouwfase. Mensen mogen boos zijn: het is niet per definitie een teken van falen van de overheid of andere instanties.

Beperk bronnen van stress
In de Multidisciplinaire Richtlijn Psychosociale Hulp (PSH) bij rampen en crises wordt de crisisbeheersing bekeken met een psychosociale bril waarbij gebruikelijke nafasethema’s vooral worden gezien als bronnen van stress voor getroffenen. De richtlijn beschrijft een 8-tal evaluatiecriteria waarmee het functioneren (het succes) van de PSH en dus ook de nazorg gemeten kan worden:
1. Bejegening die aansluit bij de behoefte en vermogens van de getroffene
2. Bevorderen van sociale steun
3. Zorg op maat: oog voor diversiteit
4. Samenhang in zorgaanbod van betrokken organisaties
5. Tijdig verstrekken van incident-gebonden informatie
6. Informatieverstrekking over mogelijke reacties
7. Voorzien in een aanspreekpunt voor praktische vragen van getroffenen
8. Monitoren van getroffenen en initiëren van eventuele nazorg
(Holsappel et. al: 2013)
De mate waarin individuele gemeenten op bovenstaande factoren kunnen sturen, is in dit geval beperkt. Maar het bewustzijn van factoren die van invloed zijn op de verwerking, is al belangrijk.

Werk samen met andere overheden
De verschillende niveaus van overheden hebben andere rollen en verantwoordelijkheden. Het opperbevel in de crisisbeheersing wordt gevoerd door de landelijke overheid. In het bijzonder premier Rutte en de ministers Opstelten en Timmermans spelen een grote rol in de repatriëring van slachtoffers, het onderzoek naar de toedracht van het neerhalen van het vliegtuig en de internationale implicaties hiervan. Ook is er vanuit de centrale overheid het initiatief genomen om een Informatie- en Verwijscentrum (IVC) op internet te realiseren. Op deze plaats kunnen nabestaanden antwoord vinden op veel gestelde vragen, contactgegevens vinden van hulpverleners, geïnformeerd worden en contact met elkaar leggen via een besloten forum. Daarmee is een deel van de nazorg gerealiseerd. Dat betekent echter niet dat de rol van de lokale overheid er niet toe doet. De gemeente heeft juist een belangrijke rol als het gaat om zorg heel dichtbij mensen. Aandacht en erkenning voor het leed, is ook zorg. En daarin kan de gemeente – met name de burgemeester – een belangrijke rol spelen. In het rapport Bevindingen getroffenen Poldercrash (Gouweloos et. al: 2013) geven getroffenen aan dat zij het belangrijk vinden dat de overheid op regelmatige basis betrokkenheid toont richting getroffenen door te informeren naar hun welzijn. Door dit regelmatige contact, krijgt de overheid ook zicht op eventuele veranderende behoeften van betrokkenen als gevolg van gewijzigde persoonlijke omstandigheden. Dan is er ook nog de lokale samenleving die geschokt is door de vliegramp. Buren, mede-sporters van sportclubs, klasgenoten, mensen die zich om welke reden dan ook betrokken voelen bij de ramp, willen ook uiting geven aan hun verdriet en betrokkenheid. Het begeleiden van dergelijke initiatieven vormt een belangrijke taak van de lokale overheid. De gemeente moet de balans bewaken tussen collectieve rouw(uitingen) en de rouwverwerking van direct betrokken individuen. Dat vereist twee benen in de lokale samenleving en inzicht in de behoeften van de direct betrokkenen. De één moet niet denken aan een stille tocht, anderen willen hun verdriet het liefst zo publiek mogelijk maken omdat ze daar veel steun uit ervaren. Er is geen goed, er is geen fout zolang de behoeften van de direct betrokkenen leidend zijn in datgene wat er op lokaal niveau georganiseerd wordt en aansluit bij activiteiten die door andere overheden worden ontplooid.

Zorg voor eigen medewerkers
In het rapport De toekomst van de rampenbestrijding en het risicomanagement – een evaluerende rapportage naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000 (Berghuijs: 2000) stellen de auteurs:
“Voor de nazorgfase is ook van belang aandacht te houden voor de integraliteit van alle acties. Zeker zodra ook het dagelijkse werk weer meer aandacht gaat vragen geldt voor veel ‘sleutelfunctionarissen’ dat ze min of meer in een spagaat terechtkomen tussen de nazorgfase van de ramp en de dagelijkse werkzaamheden. Het verdient wellicht aanbeveling voor de integrale bewaking van alle zaken in de nafase te kunnen beschikken over een soort ‘executive director’”. (Berghuijs: 2000)
Met andere woorden: de nafase van een ramp van omvang doe je er niet zomaar even bij. Daar moeten mensen echt voor worden vrijgemaakt en op zijn voorbereid. Vergis je ook niet in de impact die dit soort werkzaamheden hebben op gemeentelijke functionarissen met een rol in de nafase. Geconfronteerd worden met zoveel leed en dan ‘gewoon doen wat goed voelt, omdat er geen boek bestaat waarin het proces helemaal uitgeschreven staat’: daarmee wordt wel veel improviserend vermogen gevraagd van mensen.

Zorgen met en voor elkaar
In het rapport Bevolkingszorg op orde (Bruinooge et.al: 2012), wordt de nafase consequent herstelzorg genoemd. Er kan in dit geval echter nauwelijks sprake zijn van herstel: het hervinden van een balans en leren omgaan met het onmogelijke lijken nog het meest haalbaar. De rol van de overheid richt zich op verminderd zelfredzamen: “… mensen die beperkt worden in hun mogelijkheden om zelfredzaam te kunnen zijn, in normale omstandigheden of ten gevolge van een incident. (..) Maar ook mensen die niet over een sociaal netwerk beschikken, zodat anderen in hun opvang en verzorging moeten voorzien, kunnen verminderd zelfredzaam zijn”. In dit geval wordt de beoordeling van al dan niet zelfredzaam zijn van nabestaanden niet direct gemaakt: de afweging dat iedere betrokkene als gevolg van de vliegramp in min of meerdere mate verminderd zelfredzaam is, ligt voor de hand. Juist na de genoemde ‘honeymoonfase’ is het zaak te beoordelen in hoeverre mensen hulp of ondersteuning vanuit de overheid nodig hebben. Daarbij is een belangrijke taak van de lokale overheid, het stimuleren van de zelfredzaamheid van mensen. Door hun sociale netwerk handvatten te bieden, door mensen tijdig en volledig te informeren of door er op momenten die er toe doen simpelweg te zijn. Er zijn veel manieren denkbaar. Tot slot helpt het ook om het vertrouwen te hebben dat de inschatting van onze volksaard door koning Willem-Alexander een terechte is: ‘In diepste nood komt het aan op innerlijke kracht, compassie en onderlinge verbondenheid. Het zijn die eigenschappen waar ons land op cruciale momenten over blijkt te beschikken’.

Bronnen:

Berghuijs, D. (2000) De toekomst van de rampenbestrijding en het risicomanagement, Een evaluerende rapportage naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000
Bruinooge, P., Bitter, R. et. al (2012) Bevolkingszorg op Orde, de vrijblijvendheid voorbij: Veiligheidsberaad

Gouweloos, J. en Brinke, J. ten (2013) Bevindingen getroffenen Poldercrash, Diemen: Stichting Impact

Holsappel, J., Fassaert, T., Dorn, T. & Brake, H. te (2013) Quality of psychosocial care: Eindrapport Diemen/Amsterdam, Impact/GGD Amsterdam

Leferink, S. (2010) Kramp na de ramp, een kritische beschouwing op de hulpverlening bij rampen, Utrecht, Slachtofferhulp Nederland

Multidisciplinaire Richtlijn psychosociale hulp bij rampen en crises (2014), Diemen, Impact

Woldring, I. (red.) (2014) Het zakboek Bevolkingszorg: de gemeentelijke crisisbeheersing in de praktijk, Kluwer: Alphen aan den Rijn

Share

Congres zelfredzaamheid: het gaat toch om vakmanschap

Zelfredzaamheid en vakmanschap

Afgelopen week mocht ik als onderzoeker/deskundige een bijdrage leveren aan het landelijke congres zelfredzaamheid in Zwolle, georganiseerd door het IVF – Infopunt Veiligheid. Bijzonder aan de opzet van het congres was, dat er veel ruimte was voor burgers en hun verhaal. Er zaten zeer inspirerende dingen bij. Ik was samen met Desiree Lesger van Impact aanwezig bij drie themasessies waarin een zelfredzame burger centraal stond.

De eerste sessie draaide om een bewoner van een gebied dat met enige regelmaat onbereikbaar wordt omdat de toegangsweg onder water loopt. Hoe gaan bewoners om met dit gegeven? Wat is de rol van de overheid hierbij?

De tweede sessie draaide om brandweervrouw en buurtbrandwacht Greet Knol die zich in haar eentje verantwoordelijk voelt voor preventie in haar gemeente. Waar andere collega’s afhaakten, zet Greet haar missie om branden te voorkomen, voort. Vanuit de zaal werd veel meegedacht in het in beweging krijgen van de andere korpsleden om preventie ook bij hen op het netvlies te krijgen. Ondanks de soms ronduit benoemde tegenstand, zet Greet door. Gesteund door haar burgemeester die niet geheel toevallig ook aanwezig was. Mooi om te zien hoe iemand zo door passie gedreven wordt!

In de derde sessie stond Inge Menninga van de Zwolse Gehandicaptenraad centraal. Zij vertelde over haar inzet om hulpverleners duidelijk te maken dat dé gehandicapte niet bestaat. Zij vertelde over de oefeningen van hulpverleners met ‘gehandicapte oefenobjecten’. ‘Zo’n pop van 25 kilo zegt geen ‘auw!’ als er een voet klem zit. En de gemiddelde gehandicapte weegt ook al geen 23 kilo. En weet je wat er gebeurt als je de rolstoel vergeet op de rem te zetten? Je wilt het niet weten. En veel gehandicapten kunnen echt wel een paar passen lopen naar de trap ofzo. Maar dan heb je beneden wel een probleem. Het zijn van die kleine dingetjes die je even moet weten he,’ betoogt Menninga. Geconcludeerd wordt dat juist de objecten die de zelfredzaamheid van gehandicapten in het dagelijks leven vergroten, in crisistijd juist sterk verminderen. Er was alom herkenning bij de aanwezige brandweermensen van het beeld van galerijen vol scootmobielen en geblokkeerde gangen met rollators. Maar hoe verander je dit dan? Geopperd wordt het Canada-model: de overheid is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inrichting van de woning. Een minder verstrekkende oplossing zou kunnen zijn een plaatje bij de voordeur waarmee voor hulpverleners duidelijk is wat ze binnen kunnen verwachten.

De drie vrouwen gingen niet met hét ei van Columbus de deur uit, maar hadden wel weer veel nieuwe ideeën opgedaan voor hun werkzaamheden. De andere aanwezigen raakten geïnspireerd door de initiatieven van de vrouwen. Onze rol bestond vooral uit het toelichten van de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de overheid.

Aan het eind van de dag mocht ik in de paneldiscussie met o.a. de burgemeesters van Zwolle en Losser mijn ervaringen delen. In a nutshell: Als het niet kan zoals het moet, moet het zoals het kan. We moeten weer leren vertrouwen op het vakmanschap van hulpverleners op straat en hen de ruimte geven die ze nodig hebben om hun werk te doen. Dat doen we niet met extra regels. Dat gezegd hebbend, moet je je ook realiseren dat er wel echt een cultuuromslag moet komen om dát te bewerkstelligen. Maar goed, je moet jezelf inspirerende doelen stellen he!

Share

Nafase en preparatie nafase, wat is het verschil?

Nafase en preparatie nafase, wat is het verschil?

Niet iedereen kent het verschil tussen de begrippen ‘nafase’ en ‘preparatie nafase’. Daarom nu eens een blog om het verschil toe te lichten.

Het begint altijd met een ramp of crisis. Denk aan de vuurwerkramp in Enschede, maar het kan ook een treinongeval in Amsterdam of een grote brand in het centrum van Leeuwarden zijn. Officieel spreken we pas van een ramp of crisis als het leven of gezondheid van veel personen, het milieu, grote materiele belangen geschaad worden of het normale leven van grote groepen mensen voor langere tijd ontwricht is (artikel 1 Wet Veiligheidsregio’s). In de praktijk is er sprake van een ramp of crisis als in de media geroepen word dat iets een ramp of crisis is. Gevolg is dat we steeds vaker te maken hebben met een ramp of crisis.

Als er sprake is van een crisis, moet ‘ie stoppen. Dat doet de brandweer door te blussen en mensen te bevrijden, de geneeskundige hulpverlening door slachtoffers naar het ziekenhuis te brengen, de politie door veroorzakers op te sporen en de gemeente door families op de hoogte te brengen van het lot van hun verwanten. Dit is overigens even een kort-door-de-bocht omschrijving, in de praktijk doen de verschillende partijen veel meer. Maar goed: stoppen van de crisis dus. Dat noemen we in vaktermen crisisbeheersing of rampenbestrijding. Termen die ook wel gebruikt worden, zijn: de acute fase en de warme fase. Het startpunt van een ramp of crisis is duidelijk. Maar het eindpunt? Daarover verschillen de meningen. Sommigen vinden dat een crisis klaar is, als de brandweer weggereden is. Anderen vinden dat het pas klaar is met een crisis, als de mensen die het overkomen is, weer de draad van hun leven hebben kunnen oppakken. Hoe dan ook, vanaf het moment dat de brandweer wegrijdt, is de lokale gemeente ‘er van’, want dan begint de nafase.

Met de nafase wordt dus de periode bedoeld die start als de brand uit is en slachtoffers naar het ziekenhuis gebracht zijn.  In de wet staat dat het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk zijn voor ‘nazorg’. Daarmee wordt de zorg aan betrokkenen bij een ramp of crisis bedoeld. Maar er is uiteraard veel meer te doen in de nasleep van een ramp of crisis. Wie herinnert zich niet het onderzoek naar de Facebookrellen in Haren en het gedoe rond de schadevergoedingsregelingen voor benadeelden van de grote stroomstoring in de Tieler- en Bommelerwaard? Dat is dus ook nafase. De tot op heden meest gehanteerde definitie van nafase is:

‘Nazorg is het opheffen dan wel voorkomen van (blijvende) problemen of schade op lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk terrein door middel van het (doen) verlenen van medische nazorg (zowel lichamelijk als psychisch), maatschappelijke nazorg (psychosociale nazorg, administratief-juridische nazorg, financieel- economische nazorg), controleren van het verlenen van nazorg en het bewaken van de kwaliteit van de verleende nazorg. Ook gezondheidsonderzoek en gezondheidsmonitoring behoren tot het nazorgtraject’ (bron: Modelplan Nafase, Impact Amsterdam 2009).

Een goede voorbereiding op de nafase is belangrijk. Alle voorbereidende handelingen, noemen we preparatie nafase. Nog tijdens de crisisbeheersingsfase, moeten er mensen zijn (team preparatie nafase) die zich voorbereiden op datgene wat er op de gemeente afkomt na de acute fase.

Daar zijn een aantal redenen voor. De eerste reden is een soepele overgang van de werkzaamheden van de hulpdiensten (politie, brandweer, geneeskundig, bevolkingszorg) naar de gemeente. Wat is er al gedaan richting de bevolking? Welke keuzes zijn gemaakt? Wat moet er nog gebeuren?  Het is belangrijk dat deze vragen beantwoord worden als iedereen er nog is, anders kan kennis verloren gaan en daar zouden betrokkenen de dupe van kunnen worden. Omdat zij bijvoorbeeld bij de geneeskundige hulpverleners hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van het aanbod van slachtofferhulp en de gemeente hen dat nogmaals aanbiedt. Dat de gemeente niet weet dat men daar geen behoefte aan heeft, kan het gevoel geven dat men langs elkaar heen communiceert in de hulpverlening. Niet direct een vertrouwenwekkende gedachte..

De tweede reden is om een vinger aan de pols te kunnen houden bij de besluitvorming tijdens een crisis door de hulpdiensten.  Sommige besluiten kunnen voor hulpdiensten heel logisch zijn, maar kunnen in de nafase voor verwarring of zelfs problemen zorgen. Een voorbeeld. Stel dat bewoners van een dorp gewend zijn aan persoonlijke communicatie op belangrijke momenten. Denk daarbij aan bewonersbijeenkomsten in het plaatselijke dorpshuis of iets dergelijks. Het is goed denkbaar dat een gemeentebestuur al jaren zo werkt omdat in de praktijk gebleken is dat communicatie per brief niet zo goed werkt als persoonlijke communicatie. Als hulpdiensten dan tijdens een crisis besluiten om deze mensen per brief op de hoogte te stellen van wat er gebeurt, komt dat minder goed over. Mensen begrijpen zo’n keuze niet goed: waarom altijd persoonlijk geïnformeerd worden en nu het echt belangrijk is, niet? De gemeente begint het nazorgtraject dan niet fijn. Bedenk wel: de burger ziet vaak echt het verschil niet tussen de verschillende overheidsdiensten. De gemeente is voor hen veelal ‘dé overheid’.  En de overheid moet betrouwbaar zijn. Het voorbeeld van de brief versus de bewonersbijeenkomst lijkt misschien futiel, maar kan in de praktijk veel onrust veroorzaken omdat mensen iets anders gewend zijn. En in een situatie waar al zoveel onvoorspelbaar is, is een voorspelbare overheid wel zo prettig voor bewoners. Voorspelbaarheid is – zeker in crisistijd – vaak een synoniem voor betrouwbaarheid. Door hier ook tijdens een crisis oog voor te hebben, is het afbreukrisico voor de lokale overheid in de nafase, kleiner.

Share

Een wijze les van de hobbyboer – over de menselijke maat

Wijze les over de menselijke maat

GRIP 3 was het geworden. Met een ROT en een beleidsteam, kortom: het hele crisisbeheersingscircus. Er was van alles over tafel gegaan. Noodverordeningen, persberichten, registratie van betrokkenen, het strafrechtelijk onderzoek, alles om de ontstane crisis het hoofd te bieden. We gingen van persbericht naar persconferentie. Het stonk in de kamer waar we zaten . Gek dat je je dat soort details herinnert. Een dag na het incident verschenen de eerste kritische geluiden in de krant. Belachelijk vonden we dat. Iedereen heeft toch kunnen zien dat we de benen uit ons lijf gelopen hebben? Wat nu te weinig informatie gegeven? Die hádden we op dat moment toch ook helemaal niet? En hoeveel schade kun je nu helemaal hebben van een brand als het niet eens jouw huis is dat in lichterlaaie stond?

Een gesprek met een betrokken buurtbewoner was in meerdere opzichten een eyeopener. Het was een man op leeftijd en een toegewijd hobbyboer. Verbouwde groente waar hij en zijn vrouw met veel kunst- en vliegwerk toch zeker een half jaar van konden eten. Nu kon dat niet meer, want de grond was mogelijk vervuild en van overheidswege was het advies gegeven om alles wat op het land stond, weg te gooien. Omdat ze moesten leven van een AOW-uitkering, had het advies om alle verbouwde groente weg te gooien, grote gevolgen voor het stel. Geld om elke dag verse groenten te kopen, hadden ze niet. Of het echt zo erg was dat ze ziek zouden worden van het eten van hun eigen groenten?

Ik realiseerde me dat we misschien iets te makkelijk hadden geoordeeld en besloten vanuit de ivoren toren in het gemeentehuis. Deze impact hadden wij zeker niet voorzien toen we de conclusie van de GGD-arts (‘ik kan niet met zekerheid stellen dat het geen kwaad kan’) gemakshalve vertaalden in ‘uit voorzorg alles weggooien’. Die dag leerde ik hoe verstrekkend besluiten kunnen zijn en dat het belangrijk is om daar over na te denken voordat dit soort besluiten genomen worden. Dat mensen soms heel andere behoeften en vragen kunnen hebben dan dat de inschatting van het beleidsteam en de adviseurs is.
Het verhaal van de man en zijn vrouw greep me aan. Omdat het zo triest is dat het leven van mensen door zoiets ogenschijnlijk simpels zo verstoord kon worden. Ik realiseerde me dat dit iets is, wat je niet kunt leren door studie en oefeningen. Soms draait het gewoon niet om de goede dingen weten, maar om de goede dingen doen. Door je op gezette momenten eens te verplaatsen in de mens die het allemaal ook maar overkomt, bijvoorbeeld.

Met de groenten van de hobbyboer en zijn vrouw is het overigens wel goed gekomen. Zoals zo vaak, bleek de soep niet zo heet gegeten te worden als ze werd opgediend. Gewoon goed wassen, adviseerde de materiedeskundige die ik raadpleegde voor een definitief advies. De man en zijn vrouw waren zo blij toen ik hen terugbelde met dit nieuws. Ik voelde me daar een beetje ongemakkelijk onder. Wat nu als die mensen nooit contact opgenomen hadden? Dan hadden zij misschien wel maandenlang geen groenten kunnen eten. Aan de andere kant… dan had ik me wellicht niet zo scherp gerealiseerd hoe belangrijk het is om te bedenken wat de gevolgen van besluiten op menselijk niveau zijn. Kun je daarmee dit soort zaken voorkomen? Vast niet altijd. Soms is het domweg : ‘shit happens’. De hobbyboer leerde mij dat je als overheid niet alles kunt oplossen, maar dat je een heel eind komt met een empathische grondhouding en door oog te houden voor de menselijke maat. Ook als dat betekent dat je moet toegeven dat je in het heetst van de strijd een beetje overtrokken gereageerd hebt.

Meer lezen over empathie en crisisbeheersing? Dan kan ik de blogs van Frank Hermans warm aanbevelen. Over ingrijpende gebeurtenissen vanuit het perspectief van de bestuurder heeft Wouter Jong van het Nederlands genootschap van burgemeesters een lezenswaardig boek geschreven dat hier te downloaden is.

Share

Slachtofferhulp wordt steeds belangrijker in nafase

Slachtofferhulp wordt steeds belangrijker in nafase

Slachtofferhulp is een vrijwilligersorganisatie. Enkele jaren geleden heb ik er een tijdje rond mogen lopen als vrijwilliger. Maar dat kan dus niet zomaar. Voordat ik ‘de straat op mocht’, moest ik een opleiding volgen waarin mij alle basisbeginselen van verwerking van heftige gebeurtenissen werden bijgebracht. Ook het verloop van een strafproces, schaderegelingen, de hulpverlening in het algemeen en de manier waarop je je het best richting cliënt kan opstellen, kwamen aan de orde.

Ik heb in die periode groot respect gekregen voor de vrijwilligers die dit werk doen. Dag en nacht, minimaal 8 uur per week staan zij met raad en daad klaar voor mensen die uit balans geraakt zijn door een heftige gebeurtenis. Dat uit balans raken is heel normaal: want wie is er nu gewend aan een pistool op zijn hoofd? Of aangereden worden op je fiets? Daar is iedereen kort- of langdurig van onder de indruk. Slachtofferhulp is er dan als luisterend oor, om mensen door te sturen naar professionele hulpverlening als de normale verwerking niet goed loopt, om praktische hulp te bieden en juridische hulp te verlenen. Wat gebeurt er als iemand is aangehouden als verdachte voor de overval op jou? Hoe verhaal je je schade? Is het normaal dat je schrikachtig wordt na een overval? Vragen waar de vrijwilligers je mee kunnen helpen.

Ik heb helaas na ruim een jaar moeten stoppen als vrijwilliger omdat een nieuwe studie veel aandacht vroeg. In dat jaar heb ik mensen mogen begeleiden die slachtoffer waren geworden van inbraken, gewapende overvallen, zware verkeersongevallen, verkrachting en zelfs nabestaanden van een moord. Gewone mensen waren het, die een zware tik hadden gekregen van het leven. Mensen die met een kleine steun in de rug van mij weer overeind krabbelden en verder konden met hun leven. Nét dat ene steuntje kan genoeg zijn voor mensen om de veerkracht in henzelf terug te vinden zonder het circuit van de hulpverlening in te hoeven. Om de praktische problemen te helpen oplossen. Om vragen te beantwoorden. Maar vooral: mensen helpen om zichzelf niet langer slachtoffer te voelen, ze te ondersteunen bij het weer oppakken van de draad.

Slachtofferhulp is echt mensenwerk. Ik heb gezien wat een verschil je kunt maken als vrijwilliger, ik vond dat echt een heel bijzondere ervaring. Vandaag las ik op de site van Slachtofferhulp dat zij ook achterblijvers van (langdurig) vermiste personen gaan helpen. Ik dacht aan de achterblijvers van vermisten na de tyfoon op de Filipijnen begin november 2013. Zij worden nog altijd geconfronteerd met aanhoudende onzekerheden. Zij moeten zelf voor hun vragen de juiste instantie zoeken. Daar gaat Slachtofferhulp hen nu bij helpen. Achterblijvers kunnen bij Slachtofferhulp voor een langere periode terecht voor psychosociale, praktische en juridische ondersteuning. Daarmee wordt Slachtofferhulp in de nafase van rampen en crises van nog meer waarde.

Share

Socianonymous: zelfredzaamheid niet gegarandeerd

Socianonymous: zelfredzaamheid niet gegarandeerd

In oktober 2013 verscheen de handreiking slachtofferregistratiesystematiek (SIS). In de handreiking staat dat overheidsregistratie (en daarmee ook het informeren van verwanten) tijdens een crisis beperkt moet worden tot niet of verminderd zelfredzamen. In de definitie van SIS gaat het dan om gewonden of overledenen: mensen die hun verwanten niet zelf over hun lot kunnen informeren. Lichtgewonden en ongedeerde slachtoffers worden geacht zelf hun verwanten te informeren. Op zich een logische keuze: mensen zijn de laatste decennia veel mobieler geworden qua vervoer en vrijwel iedereen heeft een mobiele telefoon en kan dus contact opnemen met verwanten om binnen hun eigen sociale kader opgevangen te worden.

Maar registratie is niet alleen belangrijk voor de fase waarin de crisis aan de gang is. Ook voor de nafase is het belangrijk te weten wie er betrokken waren bij een crisis. Mensen die op het eerste gezicht zelfredzaam zijn, hoeven dat namelijk niet perse te zijn in de nafase van een crisis. Wat te denken van mensen die om sociale redenen sterk verminderd zelfredzaam zijn? Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan mensen zonder sociaal netwerk, niet zelden ouderen of mensen met (licht) verstandelijke beperkingen. Deze ‘socianonymous’ ( zelfstandig wonende mensen zonder sterke banden met de samenleving die leven in anonimiteit) kunnen zichzelf niet redden met behulp van hun eigen sociale kader. Mensen die denken dat het allemaal wel meevalt, wil ik graag wijzen op een recente publicatie van de GGD Amsterdam waaruit blijkt dat in die stad eens in de tien dagen een overleden persoon gevonden wordt die al twee weken of langer overleden is. Oudere alleenwonende mannen vormen een risicogroep, waarschuwt de GGD. Er zijn veel mensen die bij niemand hun verhaal kwijt kunnen. Deze mensen niet in beeld brengen, tijdens een incident, betekent dat je ze erna ook niet meer vindt. En dat is potentieel risicovol. Want mensen die kwetsbaar zijn, om wat voor reden dan ook, zullen door een ramp of crisis in ieder geval niet minder kwetsbaar worden.

Daarbij is het vast niet voor niets dat in de wet is vastgelegd dat de (lokale) overheid verantwoordelijk is voor de nazorg. In een samenleving waarin niet ieder individu een sociaal kader heeft, is het belangrijk om – namens diezelfde samenleving – oog te hebben voor het herstel van het individu. Al was het alleen maar door een paar keer te vragen hoe het gaat.

We moeten actief op zoek blijven gaan naar verminderd zelfredzamen die misschien niet zo in het oog springen. Doen we dat niet, denk ik dat dit wel eens een ‘ramp na een ramp’ kan betekenen voor de ‘socianonymous’. Ik hoop dat de gemeenten en veiligheidsregio’s die nu aan de slag gaan met het implementeren van SIS, ook oog hebben voor deze groep mensen. Ook zonder dat het zichtbaar is, kunnen mensen verminderd zelfredzaam zijn. De kunst is om deze mensen te herkennen en ze te helpen bij hun herstel op manieren die bij hen past.

Share

Eén minuut om te overtuigen

Eén minuut om hem te overtuigen

‘De Nafase?’ vraagt hij weifelend.

‘Ja pap, De Nafase’, antwoord ik.

‘Maar jij doet toch iets met crises enzo? Ga je dan nu iets met begrafenissen doen dan?’

Ik schiet in de lach. Tja, daar sta je dan met je goede gedrag. Eindelijk het besluit genomen om op eigen kracht verder te gaan. Een bedrijfsnaam verzonnen die de lading goed dekt. Een huisstijl laten maken. En een website. En dus ook visitekaartjes. Mijn vader kijkt me enigszins bezorgd aan, het visitekaartje in zijn hand. Hij denkt echt dat ik in begrafenissen ga doen. En die blik ken ik. Dan zoekt hij naar woorden om heel voorzichtig te vertellen dat hij denkt dat ik iets doms ga doen.

Ik denk aan de woorden van een meer ervaren collega: je moet in één minuut duidelijk kunnen maken waar je voor staat. En als er iemand is die moet weten waar ik voor sta en wat ik ga doen, is het mijn vader. Hij is de man die door de jaren heen vierkant achter mij is blijven staan, hoe onbegrijpelijk hij mijn keuzes soms ook vond. Ik wil dat hij dit begrijpt.

Ik haal diep adem en begin:
‘Als er iets ergs gebeurt, bijvoorbeeld een schietpartij in het winkelcentrum of een brand in een druk café, is de ellende niet over op het moment dat de brand uit is en de gewonden naar het ziekenhuis zijn. Voor mensen die daarbij betrokken zijn, begint het dan pas. Ze moeten beter worden. Ze moeten de ellende een plekje geven. Ze willen antwoorden. Ze moeten omgaan met de financiële nasleep van die klap. Kortom, ze zijn beschadigd. Gelukkig hebben we in Nederland afgesproken dat de overheid deze mensen helpt. Maar die overheid heeft vaak zelf ook genoeg aan het hoofd: personeel dat nazorg nodig heeft, media die een schuldige aan willen wijzen, herstellen van eigen schade of hordes onderzoekers over de vloer die willen uitzoeken wat er nu precies gebeurd is en hoe dat zo gekomen is. Dat allemaal tegelijk, als je zelf ook best geschrokken bent, is wel een beetje veel. Ik kan helpen om orde in de chaos te scheppen. Mensen helpen de goede stappen te zetten en de juiste mensen bij de nasleep van de ellende te betrekken. Ik kan dat omdat ik ervaring heb en onderzoek doe naar de nafase van rampen en crises in Nederland. Dát is De Nafase, pap.’

De minuut is om.

Ik kijk mijn vader verwachtingsvol aan.

‘Nou’, zegt hij, ‘eigenlijk ben je nog steeds een hulpverlener dus. En je gaat geen begrafenissen doen. Gelukkig maar, want jij kan helemaal niet tegen kisten. Maar dingen aan elkaar knopen en mensen vertellen hoe je dingen doet, dat doe je al sinds je naar school gaat, dus dat gaat jou wel lukken. Maar dan wel aan de mensen blijven denken voor wie je het doet he? Al dat studeren en onderzoek doen is prima, maar je moet vooral ook de mens Martine inzetten. Nooit vergeten, want dat maakt jou bijzonder. Je weet waar je het over hebt én je bent een gevoelsmens. Trouwens, ik houd je kaartje wel bij me, je weet nooit wie ik nog eens tegen het lijf loop. Wil je thee?’

Hij loopt naar de keuken en ik kijk hem na. Mijn vader gelooft in mij en mijn plannen voor De Nafase. Nu gaat het pas écht beginnen!

Share