Nafase en preparatie nafase, wat is het verschil?

Nafase en preparatie nafase, wat is het verschil?

Niet iedereen kent het verschil tussen de begrippen ‘nafase’ en ‘preparatie nafase’. Daarom nu eens een blog om het verschil toe te lichten.

Het begint altijd met een ramp of crisis. Denk aan de vuurwerkramp in Enschede, maar het kan ook een treinongeval in Amsterdam of een grote brand in het centrum van Leeuwarden zijn. Officieel spreken we pas van een ramp of crisis als het leven of gezondheid van veel personen, het milieu, grote materiele belangen geschaad worden of het normale leven van grote groepen mensen voor langere tijd ontwricht is (artikel 1 Wet Veiligheidsregio’s). In de praktijk is er sprake van een ramp of crisis als in de media geroepen word dat iets een ramp of crisis is. Gevolg is dat we steeds vaker te maken hebben met een ramp of crisis.

Als er sprake is van een crisis, moet ‘ie stoppen. Dat doet de brandweer door te blussen en mensen te bevrijden, de geneeskundige hulpverlening door slachtoffers naar het ziekenhuis te brengen, de politie door veroorzakers op te sporen en de gemeente door families op de hoogte te brengen van het lot van hun verwanten. Dit is overigens even een kort-door-de-bocht omschrijving, in de praktijk doen de verschillende partijen veel meer. Maar goed: stoppen van de crisis dus. Dat noemen we in vaktermen crisisbeheersing of rampenbestrijding. Termen die ook wel gebruikt worden, zijn: de acute fase en de warme fase. Het startpunt van een ramp of crisis is duidelijk. Maar het eindpunt? Daarover verschillen de meningen. Sommigen vinden dat een crisis klaar is, als de brandweer weggereden is. Anderen vinden dat het pas klaar is met een crisis, als de mensen die het overkomen is, weer de draad van hun leven hebben kunnen oppakken. Hoe dan ook, vanaf het moment dat de brandweer wegrijdt, is de lokale gemeente ‘er van’, want dan begint de nafase.

Met de nafase wordt dus de periode bedoeld die start als de brand uit is en slachtoffers naar het ziekenhuis gebracht zijn.  In de wet staat dat het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk zijn voor ‘nazorg’. Daarmee wordt de zorg aan betrokkenen bij een ramp of crisis bedoeld. Maar er is uiteraard veel meer te doen in de nasleep van een ramp of crisis. Wie herinnert zich niet het onderzoek naar de Facebookrellen in Haren en het gedoe rond de schadevergoedingsregelingen voor benadeelden van de grote stroomstoring in de Tieler- en Bommelerwaard? Dat is dus ook nafase. De tot op heden meest gehanteerde definitie van nafase is:

‘Nazorg is het opheffen dan wel voorkomen van (blijvende) problemen of schade op lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk terrein door middel van het (doen) verlenen van medische nazorg (zowel lichamelijk als psychisch), maatschappelijke nazorg (psychosociale nazorg, administratief-juridische nazorg, financieel- economische nazorg), controleren van het verlenen van nazorg en het bewaken van de kwaliteit van de verleende nazorg. Ook gezondheidsonderzoek en gezondheidsmonitoring behoren tot het nazorgtraject’ (bron: Modelplan Nafase, Impact Amsterdam 2009).

Een goede voorbereiding op de nafase is belangrijk. Alle voorbereidende handelingen, noemen we preparatie nafase. Nog tijdens de crisisbeheersingsfase, moeten er mensen zijn (team preparatie nafase) die zich voorbereiden op datgene wat er op de gemeente afkomt na de acute fase.

Daar zijn een aantal redenen voor. De eerste reden is een soepele overgang van de werkzaamheden van de hulpdiensten (politie, brandweer, geneeskundig, bevolkingszorg) naar de gemeente. Wat is er al gedaan richting de bevolking? Welke keuzes zijn gemaakt? Wat moet er nog gebeuren?  Het is belangrijk dat deze vragen beantwoord worden als iedereen er nog is, anders kan kennis verloren gaan en daar zouden betrokkenen de dupe van kunnen worden. Omdat zij bijvoorbeeld bij de geneeskundige hulpverleners hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van het aanbod van slachtofferhulp en de gemeente hen dat nogmaals aanbiedt. Dat de gemeente niet weet dat men daar geen behoefte aan heeft, kan het gevoel geven dat men langs elkaar heen communiceert in de hulpverlening. Niet direct een vertrouwenwekkende gedachte..

De tweede reden is om een vinger aan de pols te kunnen houden bij de besluitvorming tijdens een crisis door de hulpdiensten.  Sommige besluiten kunnen voor hulpdiensten heel logisch zijn, maar kunnen in de nafase voor verwarring of zelfs problemen zorgen. Een voorbeeld. Stel dat bewoners van een dorp gewend zijn aan persoonlijke communicatie op belangrijke momenten. Denk daarbij aan bewonersbijeenkomsten in het plaatselijke dorpshuis of iets dergelijks. Het is goed denkbaar dat een gemeentebestuur al jaren zo werkt omdat in de praktijk gebleken is dat communicatie per brief niet zo goed werkt als persoonlijke communicatie. Als hulpdiensten dan tijdens een crisis besluiten om deze mensen per brief op de hoogte te stellen van wat er gebeurt, komt dat minder goed over. Mensen begrijpen zo’n keuze niet goed: waarom altijd persoonlijk geïnformeerd worden en nu het echt belangrijk is, niet? De gemeente begint het nazorgtraject dan niet fijn. Bedenk wel: de burger ziet vaak echt het verschil niet tussen de verschillende overheidsdiensten. De gemeente is voor hen veelal ‘dé overheid’.  En de overheid moet betrouwbaar zijn. Het voorbeeld van de brief versus de bewonersbijeenkomst lijkt misschien futiel, maar kan in de praktijk veel onrust veroorzaken omdat mensen iets anders gewend zijn. En in een situatie waar al zoveel onvoorspelbaar is, is een voorspelbare overheid wel zo prettig voor bewoners. Voorspelbaarheid is – zeker in crisistijd – vaak een synoniem voor betrouwbaarheid. Door hier ook tijdens een crisis oog voor te hebben, is het afbreukrisico voor de lokale overheid in de nafase, kleiner.

Share