Een wijze les van de hobbyboer – over de menselijke maat

Wijze les over de menselijke maat

GRIP 3 was het geworden. Met een ROT en een beleidsteam, kortom: het hele crisisbeheersingscircus. Er was van alles over tafel gegaan. Noodverordeningen, persberichten, registratie van betrokkenen, het strafrechtelijk onderzoek, alles om de ontstane crisis het hoofd te bieden. We gingen van persbericht naar persconferentie. Het stonk in de kamer waar we zaten . Gek dat je je dat soort details herinnert. Een dag na het incident verschenen de eerste kritische geluiden in de krant. Belachelijk vonden we dat. Iedereen heeft toch kunnen zien dat we de benen uit ons lijf gelopen hebben? Wat nu te weinig informatie gegeven? Die hádden we op dat moment toch ook helemaal niet? En hoeveel schade kun je nu helemaal hebben van een brand als het niet eens jouw huis is dat in lichterlaaie stond?

Een gesprek met een betrokken buurtbewoner was in meerdere opzichten een eyeopener. Het was een man op leeftijd en een toegewijd hobbyboer. Verbouwde groente waar hij en zijn vrouw met veel kunst- en vliegwerk toch zeker een half jaar van konden eten. Nu kon dat niet meer, want de grond was mogelijk vervuild en van overheidswege was het advies gegeven om alles wat op het land stond, weg te gooien. Omdat ze moesten leven van een AOW-uitkering, had het advies om alle verbouwde groente weg te gooien, grote gevolgen voor het stel. Geld om elke dag verse groenten te kopen, hadden ze niet. Of het echt zo erg was dat ze ziek zouden worden van het eten van hun eigen groenten?

Ik realiseerde me dat we misschien iets te makkelijk hadden geoordeeld en besloten vanuit de ivoren toren in het gemeentehuis. Deze impact hadden wij zeker niet voorzien toen we de conclusie van de GGD-arts (‘ik kan niet met zekerheid stellen dat het geen kwaad kan’) gemakshalve vertaalden in ‘uit voorzorg alles weggooien’. Die dag leerde ik hoe verstrekkend besluiten kunnen zijn en dat het belangrijk is om daar over na te denken voordat dit soort besluiten genomen worden. Dat mensen soms heel andere behoeften en vragen kunnen hebben dan dat de inschatting van het beleidsteam en de adviseurs is.
Het verhaal van de man en zijn vrouw greep me aan. Omdat het zo triest is dat het leven van mensen door zoiets ogenschijnlijk simpels zo verstoord kon worden. Ik realiseerde me dat dit iets is, wat je niet kunt leren door studie en oefeningen. Soms draait het gewoon niet om de goede dingen weten, maar om de goede dingen doen. Door je op gezette momenten eens te verplaatsen in de mens die het allemaal ook maar overkomt, bijvoorbeeld.

Met de groenten van de hobbyboer en zijn vrouw is het overigens wel goed gekomen. Zoals zo vaak, bleek de soep niet zo heet gegeten te worden als ze werd opgediend. Gewoon goed wassen, adviseerde de materiedeskundige die ik raadpleegde voor een definitief advies. De man en zijn vrouw waren zo blij toen ik hen terugbelde met dit nieuws. Ik voelde me daar een beetje ongemakkelijk onder. Wat nu als die mensen nooit contact opgenomen hadden? Dan hadden zij misschien wel maandenlang geen groenten kunnen eten. Aan de andere kant… dan had ik me wellicht niet zo scherp gerealiseerd hoe belangrijk het is om te bedenken wat de gevolgen van besluiten op menselijk niveau zijn. Kun je daarmee dit soort zaken voorkomen? Vast niet altijd. Soms is het domweg : ‘shit happens’. De hobbyboer leerde mij dat je als overheid niet alles kunt oplossen, maar dat je een heel eind komt met een empathische grondhouding en door oog te houden voor de menselijke maat. Ook als dat betekent dat je moet toegeven dat je in het heetst van de strijd een beetje overtrokken gereageerd hebt.

Meer lezen over empathie en crisisbeheersing? Dan kan ik de blogs van Frank Hermans warm aanbevelen. Over ingrijpende gebeurtenissen vanuit het perspectief van de bestuurder heeft Wouter Jong van het Nederlands genootschap van burgemeesters een lezenswaardig boek geschreven dat hier te downloaden is.

Share

Slachtofferhulp wordt steeds belangrijker in nafase

Slachtofferhulp wordt steeds belangrijker in nafase

Slachtofferhulp is een vrijwilligersorganisatie. Enkele jaren geleden heb ik er een tijdje rond mogen lopen als vrijwilliger. Maar dat kan dus niet zomaar. Voordat ik ‘de straat op mocht’, moest ik een opleiding volgen waarin mij alle basisbeginselen van verwerking van heftige gebeurtenissen werden bijgebracht. Ook het verloop van een strafproces, schaderegelingen, de hulpverlening in het algemeen en de manier waarop je je het best richting cliënt kan opstellen, kwamen aan de orde.

Ik heb in die periode groot respect gekregen voor de vrijwilligers die dit werk doen. Dag en nacht, minimaal 8 uur per week staan zij met raad en daad klaar voor mensen die uit balans geraakt zijn door een heftige gebeurtenis. Dat uit balans raken is heel normaal: want wie is er nu gewend aan een pistool op zijn hoofd? Of aangereden worden op je fiets? Daar is iedereen kort- of langdurig van onder de indruk. Slachtofferhulp is er dan als luisterend oor, om mensen door te sturen naar professionele hulpverlening als de normale verwerking niet goed loopt, om praktische hulp te bieden en juridische hulp te verlenen. Wat gebeurt er als iemand is aangehouden als verdachte voor de overval op jou? Hoe verhaal je je schade? Is het normaal dat je schrikachtig wordt na een overval? Vragen waar de vrijwilligers je mee kunnen helpen.

Ik heb helaas na ruim een jaar moeten stoppen als vrijwilliger omdat een nieuwe studie veel aandacht vroeg. In dat jaar heb ik mensen mogen begeleiden die slachtoffer waren geworden van inbraken, gewapende overvallen, zware verkeersongevallen, verkrachting en zelfs nabestaanden van een moord. Gewone mensen waren het, die een zware tik hadden gekregen van het leven. Mensen die met een kleine steun in de rug van mij weer overeind krabbelden en verder konden met hun leven. Nét dat ene steuntje kan genoeg zijn voor mensen om de veerkracht in henzelf terug te vinden zonder het circuit van de hulpverlening in te hoeven. Om de praktische problemen te helpen oplossen. Om vragen te beantwoorden. Maar vooral: mensen helpen om zichzelf niet langer slachtoffer te voelen, ze te ondersteunen bij het weer oppakken van de draad.

Slachtofferhulp is echt mensenwerk. Ik heb gezien wat een verschil je kunt maken als vrijwilliger, ik vond dat echt een heel bijzondere ervaring. Vandaag las ik op de site van Slachtofferhulp dat zij ook achterblijvers van (langdurig) vermiste personen gaan helpen. Ik dacht aan de achterblijvers van vermisten na de tyfoon op de Filipijnen begin november 2013. Zij worden nog altijd geconfronteerd met aanhoudende onzekerheden. Zij moeten zelf voor hun vragen de juiste instantie zoeken. Daar gaat Slachtofferhulp hen nu bij helpen. Achterblijvers kunnen bij Slachtofferhulp voor een langere periode terecht voor psychosociale, praktische en juridische ondersteuning. Daarmee wordt Slachtofferhulp in de nafase van rampen en crises van nog meer waarde.

Share

Socianonymous: zelfredzaamheid niet gegarandeerd

Socianonymous: zelfredzaamheid niet gegarandeerd

In oktober 2013 verscheen de handreiking slachtofferregistratiesystematiek (SIS). In de handreiking staat dat overheidsregistratie (en daarmee ook het informeren van verwanten) tijdens een crisis beperkt moet worden tot niet of verminderd zelfredzamen. In de definitie van SIS gaat het dan om gewonden of overledenen: mensen die hun verwanten niet zelf over hun lot kunnen informeren. Lichtgewonden en ongedeerde slachtoffers worden geacht zelf hun verwanten te informeren. Op zich een logische keuze: mensen zijn de laatste decennia veel mobieler geworden qua vervoer en vrijwel iedereen heeft een mobiele telefoon en kan dus contact opnemen met verwanten om binnen hun eigen sociale kader opgevangen te worden.

Maar registratie is niet alleen belangrijk voor de fase waarin de crisis aan de gang is. Ook voor de nafase is het belangrijk te weten wie er betrokken waren bij een crisis. Mensen die op het eerste gezicht zelfredzaam zijn, hoeven dat namelijk niet perse te zijn in de nafase van een crisis. Wat te denken van mensen die om sociale redenen sterk verminderd zelfredzaam zijn? Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan mensen zonder sociaal netwerk, niet zelden ouderen of mensen met (licht) verstandelijke beperkingen. Deze ‘socianonymous’ ( zelfstandig wonende mensen zonder sterke banden met de samenleving die leven in anonimiteit) kunnen zichzelf niet redden met behulp van hun eigen sociale kader. Mensen die denken dat het allemaal wel meevalt, wil ik graag wijzen op een recente publicatie van de GGD Amsterdam waaruit blijkt dat in die stad eens in de tien dagen een overleden persoon gevonden wordt die al twee weken of langer overleden is. Oudere alleenwonende mannen vormen een risicogroep, waarschuwt de GGD. Er zijn veel mensen die bij niemand hun verhaal kwijt kunnen. Deze mensen niet in beeld brengen, tijdens een incident, betekent dat je ze erna ook niet meer vindt. En dat is potentieel risicovol. Want mensen die kwetsbaar zijn, om wat voor reden dan ook, zullen door een ramp of crisis in ieder geval niet minder kwetsbaar worden.

Daarbij is het vast niet voor niets dat in de wet is vastgelegd dat de (lokale) overheid verantwoordelijk is voor de nazorg. In een samenleving waarin niet ieder individu een sociaal kader heeft, is het belangrijk om – namens diezelfde samenleving – oog te hebben voor het herstel van het individu. Al was het alleen maar door een paar keer te vragen hoe het gaat.

We moeten actief op zoek blijven gaan naar verminderd zelfredzamen die misschien niet zo in het oog springen. Doen we dat niet, denk ik dat dit wel eens een ‘ramp na een ramp’ kan betekenen voor de ‘socianonymous’. Ik hoop dat de gemeenten en veiligheidsregio’s die nu aan de slag gaan met het implementeren van SIS, ook oog hebben voor deze groep mensen. Ook zonder dat het zichtbaar is, kunnen mensen verminderd zelfredzaam zijn. De kunst is om deze mensen te herkennen en ze te helpen bij hun herstel op manieren die bij hen past.

Share

Eén minuut om te overtuigen

Eén minuut om hem te overtuigen

‘De Nafase?’ vraagt hij weifelend.

‘Ja pap, De Nafase’, antwoord ik.

‘Maar jij doet toch iets met crises enzo? Ga je dan nu iets met begrafenissen doen dan?’

Ik schiet in de lach. Tja, daar sta je dan met je goede gedrag. Eindelijk het besluit genomen om op eigen kracht verder te gaan. Een bedrijfsnaam verzonnen die de lading goed dekt. Een huisstijl laten maken. En een website. En dus ook visitekaartjes. Mijn vader kijkt me enigszins bezorgd aan, het visitekaartje in zijn hand. Hij denkt echt dat ik in begrafenissen ga doen. En die blik ken ik. Dan zoekt hij naar woorden om heel voorzichtig te vertellen dat hij denkt dat ik iets doms ga doen.

Ik denk aan de woorden van een meer ervaren collega: je moet in één minuut duidelijk kunnen maken waar je voor staat. En als er iemand is die moet weten waar ik voor sta en wat ik ga doen, is het mijn vader. Hij is de man die door de jaren heen vierkant achter mij is blijven staan, hoe onbegrijpelijk hij mijn keuzes soms ook vond. Ik wil dat hij dit begrijpt.

Ik haal diep adem en begin:
‘Als er iets ergs gebeurt, bijvoorbeeld een schietpartij in het winkelcentrum of een brand in een druk café, is de ellende niet over op het moment dat de brand uit is en de gewonden naar het ziekenhuis zijn. Voor mensen die daarbij betrokken zijn, begint het dan pas. Ze moeten beter worden. Ze moeten de ellende een plekje geven. Ze willen antwoorden. Ze moeten omgaan met de financiële nasleep van die klap. Kortom, ze zijn beschadigd. Gelukkig hebben we in Nederland afgesproken dat de overheid deze mensen helpt. Maar die overheid heeft vaak zelf ook genoeg aan het hoofd: personeel dat nazorg nodig heeft, media die een schuldige aan willen wijzen, herstellen van eigen schade of hordes onderzoekers over de vloer die willen uitzoeken wat er nu precies gebeurd is en hoe dat zo gekomen is. Dat allemaal tegelijk, als je zelf ook best geschrokken bent, is wel een beetje veel. Ik kan helpen om orde in de chaos te scheppen. Mensen helpen de goede stappen te zetten en de juiste mensen bij de nasleep van de ellende te betrekken. Ik kan dat omdat ik ervaring heb en onderzoek doe naar de nafase van rampen en crises in Nederland. Dát is De Nafase, pap.’

De minuut is om.

Ik kijk mijn vader verwachtingsvol aan.

‘Nou’, zegt hij, ‘eigenlijk ben je nog steeds een hulpverlener dus. En je gaat geen begrafenissen doen. Gelukkig maar, want jij kan helemaal niet tegen kisten. Maar dingen aan elkaar knopen en mensen vertellen hoe je dingen doet, dat doe je al sinds je naar school gaat, dus dat gaat jou wel lukken. Maar dan wel aan de mensen blijven denken voor wie je het doet he? Al dat studeren en onderzoek doen is prima, maar je moet vooral ook de mens Martine inzetten. Nooit vergeten, want dat maakt jou bijzonder. Je weet waar je het over hebt én je bent een gevoelsmens. Trouwens, ik houd je kaartje wel bij me, je weet nooit wie ik nog eens tegen het lijf loop. Wil je thee?’

Hij loopt naar de keuken en ik kijk hem na. Mijn vader gelooft in mij en mijn plannen voor De Nafase. Nu gaat het pas écht beginnen!

Share